1e meedenk-avond (2 maart 2026): vragen en antwoorden

Vragen van de Meedenkgroep over hun rol

1. Welk mandaat heeft de Meedenkgroep en welk mandaat heeft het Zonnewarmte-bestuur? 

Stap 1. Verzamelen van inzichten van de Meedenkgroep:

  • Team Zonnewarmte legt aan de Meedenkgroep voor wat we tot nu toe hebben onderzocht, en wat wij denken dat goede oplossingen zouden kunnen zijn voor het Ramplaankwartier, en waarom. Er zijn momenteel nog vier oplossingen ‘in de race’. 
  • We willen samen met jullie kijken naar de voor- en nadelen en de consequenties van elk van die oplossingen. En we willen het samen hebben over enkele problemen en uitdagingen waar we tegenaan verwachten te lopen. We hopen hiermee tot nieuwe inzichten te komen. Team Zonnewarmte maakt een lijst met inzichten die worden opgedaan in gesprek met de Meedenkgroep.
  • Deze inzichten zullen worden gevalideerd met de Meedenkgroep. Het werk van de Meedenkgroep is mede-bepalend. 

Stap 2. Zonnewarmte-bestuur en gemeente maken het conceptplan Warmteoplossingen:

  • Na afloop van de laatste Meedenkgroep avond worden deze gevalideerde inzichten door team Zonnewarmte opgenomen in het conceptplan Warmteoplossingen. De inzichten van de Meedenkgroep zijn heel belangrijk en bedoeld om het conceptplan Warmteoplossingen sterker te maken. Dus qua participatie, hoe gaan we de wijk in, welke manier werkt voor jullie, wanneer wordt het Ramplaankwartier daadwerkelijk aardgasvrij, etc. daarvoor is de input van Meedenkgroep hard nodig en mede-bepalend.
  • Dat conceptplan Warmteoplossingen bevat een reeks warmteoplossingen voor het Ramplaankwartier die wijkbreed kunnen worden ontwikkeld en aangeboden, elk met hun voor- en nadelen en consequenties.
  • Vervolgens vragen we de Meedenkgroep of ze hun inzichten voldoende herkennen in het conceptplan.
  • Vervolgens bespreekt het Zonnewarmte-bestuur dit conceptplan met de gemeente en maken we samen hiervan het definitieve plan. We streven ernaar om dat in mei 2026 te doen in een gezamenlijke  vergadering. Het plan kan ook meerdere oplossingen bevatten die naast elkaar bestaan. Het blijft altijd voor iedere bewoner een vrije keuze om wel of niet mee te doen.

Stap 3. Uitwerking en ontwerp per warmteoplossing:

  • Het plan voor de Warmteoplossing bevat één of meer oplossingen. Het Zonnewarmte-bestuur zal daarna per stuk deze opties verder uitwerken en er een gedetailleerd ontwerp voor (laten) opstellen, zodat we dit daarna kunnen vertalen in een aantrekkelijk en concreet aanbod aan de bewoners.

Stap 4. Gemeente maakt daarna het officiële Wijkwarmteplan, in samenwerking met de wijk:

  • Het mandaat van de gemeente is om, met het plan voor de Warmteoplossing van Zonnewarmte in de hand, een volgend document te maken: het Wijkwarmteplan. Dat is een officieel document van de gemeente zelf met -in principe- de hele inhoud van ons plan voor de Warmteoplossing van Zonnewarmte, plus een nadere uitwerking ervan. De gemeente wil dit officiële Wijkwarmteplan ook samen met de wijk maken.
  • De gemeente zou, in een volgende fase, graag zien dat deze Meedenkgroep (of een variant daarvan) ook betrokken wordt bij het opstellen van het officiële Wijkwarmteplan. Dit Wijkwarmteplan wordt namelijk ook weer samen met de wijk gemaakt. Blijf dus aangesloten en blijf meedenken en praten, graag! 

Stap 5. Uitvoering

  • Vervolgens heeft iedere bewoner natuurlijk altijd de keus om hier wel of niet in mee te gaan. 

2. Zijn we een klankbord of breder? 

De Meedenkgroep is meer dan een klankbord. Zie 1.

3. Wordt de Meedenkgroep geconsulteerd over het plan dat wordt opgesteld? 

Jazeker! Zie 1.

4. In hoeverre is het werk van deze Meedenkgroep bepalend in de einduitslag?

Mede-bepalend. Zie 1.

5. Hoe groot is onze invloed, vs. bestuur Zonnewarmte, politiek en ambtelijk, juist als de meningen uit elkaar zouden lopen? Wat te doen bij uiteenlopende opvattingen?

De kans dat opvattingen binnen de Meedenkgroep uiteen lopen is heel groot, en dat is prima. De opvattingen van de Meedenkgroep bepalen mede waar we voor kiezen. Voor sommige opties is succes afhankelijk van een bepaalde mate van consensus. Bij andere opties is dit minder belangrijk.  

Het is niet verplicht om mee te doen met de aangeboden warmteoplossing(en). 

Gemeente en team Zonnewarmte willen uitkomen op een aanbod waarbij zoveel mogelijk meningen en belangen zijn meegewogen. De Meedenkgroep levert daaraan een grote bijdrage

6. Welke rol hebben wij als Meedenkgroep tov de bewoners in straat of wijk? Bv om een groter draagvlak te creëren?

Overleg met je buren is geen onderdeel van de ‘opdracht’. Er wordt van de meedenkers dus niet verwacht om draagvlak te creëren in de wijk. Iedere meedenker spreekt vanuit eigen kennis en ervaring en heeft een eigen houding t.o.v. het project. We moedigen de meedenkers wel aan om in gesprek te gaan met je buren. Niet om hen te overtuigen van een bepaalde oplossing maar om in gesprek te gaan over de vragen waar jullie je als meedenkers mee bezighouden. Dus om te luisteren en te begrijpen zodat we deze input kunnen meenemen in de Meedenkgroep.

7. Hoe vertalen we wat hier gebeurt, naar de hele wijk?

Van elke Meedenkgroep-avond komt een verslag op de website en een mailing met link naar dat verslag.

8. What about ouderen, huurders, mensen met kleine portemonnee?

Zowel team Zonnewarmte als de gemeente zijn zich bewust van de verschillende doelgroepen. Binnen de gemeente is het team zo ingericht dat er voor elke doelgroep een aanpak is. Die komen allemaal samen in het team dat het officiële Wijkwarmteplan voor die wijk gaat opstellen. We zullen per doelgroep wellicht een andere aanpak en andere subsidieregeling krijgen. 

Voor mensen met een kleine beurs bestaat een rentevrije lening

Samen met woningbouwcorporatie Elan Wonen zoeken we naar de kansen voor de tientallen Elan-huurwoningen om mee te doen met dit project en wat de rol daarbij is voor Elan.

9. Komen er ook externen aan het woord?

Mocht het nodig zijn dan kunnen externen worden uitgenodigd. 

Vragen van de Meedenkgroep aan de gemeente Haarlem

10. Is het mogelijk dat de uitkomst van de gemeenteraadsverkiezingen impact heeft op de ambities van de gemeente en dus op het Zonnewarmte-project?

Het gemeentelijk Warmteprogramma is vastgesteld voor de komende jaren. Een nieuw college zal daar niet makkelijk van af kunnen en willen wijken.

De PAW subsidie komt vanuit het Rijk en is geoormerkt voor de wijk. Het kán zijn dat de gemeenteraadsverkiezingen een andere coalitie laten zien. Het lijkt ons in Haarlem niet waarschijnlijk maar het kan uiteraard wel. Alhoewel veel duurzaamheidsmiddelen voor lange jaren wel vast staan.

11. Heeft de gemeente een voorkeur voor één oplossing voor heel Haarlem of kunnen er per wijk verschillende oplossingen worden uitgewerkt?

De gemeente heeft in het gemeentelijk Warmteprogramma voor elke wijk een voorkeursoplossing weergegeven. Maar dat gaat vooral over de keuze per wijk tussen een wijkbreed warmtenet of individuele /klein collectieve oplossingen. Hierbij werkt de gemeente met een complex afwegingskader.

Voor het Ramplaankwartier heeft de gemeente in principe gekozen voor individueel / klein collectief. Het Zonnewarmte-bestuur en de gemeente maken in mei een gedetailleerdere keuze, binnen de categorie individueel / klein collectief. En dat kunnen er ook meerdere zijn, rekening houden met de wensen van de bewoners en de staat van de woningen. 

Voor heel Haarlem zal er per wijk een officieel Wijkwarmteplan komen. Daarin zal gekeken moeten worden welke oplossing het meest haalbaar en betaalbaar is. Daar zijn die Wijkwarmteplannen voor. 

12. Hoe verhoudt het zich tot de (financiële) plannen van de gemeente?

Een aardgasvrije stad in 2040 realiseren is één van de grootste prioriteiten van de gemeente. Je kan meer details ook vinden op de Routekaart. Deze wordt overigens nog vernieuwd (Haarlemse Routekaart Duurzaamheid)

De gemeente zoekt naar, en heeft deels al financiële middelen om het (mede) mogelijk te maken dat iedereen betaalbaar van het gas kan

De gemeente ondersteunt de organisatie van dit project ook financieel.

13. Wie voert straks de regie?

Op dit moment is team Zonnewarmte in ‘the lead’. Zij nemen ook de bewonerscommunicatie op zich. Op het moment dat er daadwerkelijk met een officieel Wijkwarmteplan gestart zal worden, heeft de gemeente de regie. Maar in alle gevallen is er sprake van samenwerking.

14. Hoe verhoudt de verantwoordelijkheid van de gemeente zich tot het initiatief uit de buurt?

We werken samen en spreken elkaar regelmatig. De gemeente is heel erg blij met een actief buurtinitiatief zoals Zonnewarmte. Zij zijn de activators en voelsprieten in de wijk en we hebben elkaar nodig om het doel te realiseren. De beslissing in mei maken we ook samen. Het opstellen van het officiële Wijkwarmteplan echter is de verantwoordelijkheid van de gemeente.

15. Wie coördineert de samenwerking met alle nutsbedrijven?

Als het gaat om het warmtebedrijf, als gekozen wordt voor die oplossing, dan moeten we die afspraken nog maken. Als het gaat om de netbeheerder Liander, het riool (van de gemeente), de glasvezelkabels, etc. dan is het de gemeente die de contacten heeft maar ook in de werkgroep zitten we samen met Zonnewarmte. De integrale programmering (opgesteld door de gemeente) laat zien dat we allemaal rekening houden met de nutsbedrijven en hun planning.

16. Wordt er binnen de technische oplossing rekening gehouden met de betaalbaarheid en de afhankelijkheid van buren? Als in: wat als je afhankelijk bent van je buren mbt de betaalbaarheid van de oplossing?

Zeker, de overheid heeft zelfs de plicht om het voor iedereen betaalbaar te maken. Daar zijn vanuit de gemeente maar vooral ook vanuit het Rijk middelen voor.

17. Wordt er flexibiliteit ingebouwd met betrekking tot technologische innovatie van mogelijke toekomstige oplossingen?

Ja, elke 5 jaar wordt het gemeentelijk Warmteprogramma herijkt. Daarbij wordt rekening gehouden met innovaties maar ook met de kennis en ervaring die we opgedaan hebben in reeds aardgasvrije wijken. Een andere type warmtepomp, de propaanwarmtepomp, is daarvan een recent voorbeeld binnen dit project.

18. Wordt er rekening gehouden met een fall back scenario als praktijk niet strookt met theorie, of als aannemer failliet gaat?

De ACM kijkt ook mee en die biedt bescherming. Los daarvan laat de gemeente nu en in de toekomst meerdere onderzoeken doen (bodemonderzoek, financiële second opinion onderzoeken, etc.) om de beste en meest haalbare en betaalbare en ook betrouwbare oplossing te kunnen realiseren.

19. Wie garandeert betaalbaarheid?

De gemeente heeft de plicht om het voor iedereen betaalbaar te maken. Dat is een eis die aan de gemeente gesteld wordt. De gemeente is verplicht zich te houden aan de Rekenregels vanuit de overheid. Rekenregels die sturing geven aan welke variabelen je mee moet nemen in de betaalbaarheidsberekening maar ook tarieven waar je vanuit moet gaan. Deze rekenregels worden eind maart door het Rijk gepubliceerd. Met subsidies en leningen (onder bepaalde voorwaarden zijn er duurzaamheidsleningen) moeten we dat gaan realiseren.

20. Wat als het voor een individuele bewoner niet betaalbaar is?

Zie vorige vraag

21. Kunnen mensen in beroep gaan tegen een ‘aanwijzing’? En zo ja, leidt dat dan tot vertraging?

Je hebt altijd de keus om wel of niet deel te nemen of mee te gaan met een voorkeursoplossing. En als je bijvoorbeeld denkt dat een wijkbreed warmtenet wel mogelijk moet kunnen zijn in een wijk die als ‘individueel/klein-collectief’ is ‘aangewezen’ dan kan je een plan maken en een vooroverleg aanvragen bij de gemeente. De ervaring leert wel dat er zo veel bij komt kijken dat het lastig is dit alleen te doen. In beroep gaan is het dan dus niet officieel maar er zijn zeker mogelijkheden om samen met de gemeente te kijken naar alternatieven. Het zal wel langer gaan duren dan.

22. Wat als mensen nu al geïnvesteerd hebben in iets wat niet past bij het wijkplan, of als je daar net niet gasvrij mee kan worden?

Dan gaan we samen kijken naar een oplossing voor jouw woning. Dan kijken we naar bijvoorbeeld de levensduur van die oplossing en wanneer het realistisch is (betaalbaar en ook duurzaam) om dan de overstap naar wél volledig aardgasvrij te worden te maken.

23. We ontvingen eerder 4 mjn vanuit het Rijk, wat is daar de status van? En de 400.000 vanuit de gemeente? 

De subsidie van de gemeente is nog niet definitief beschikbaar gesteld. De subsidie vanuit de gemeente zal mede afhangen van het type warmteoplossing die gekozen wordt. Ook de hoogte van dat bedrag is nog niet zeker. 

PAW staat voor ‘proeftuin aardgasvrije wijken’. Het hele Zonnewarmte project is een proeftuin. De PAW subsidie was aanvankelijk toegekend voor het plan voor een wijkbreed Zonnewarmtenet. De voorbereiding van dit plan is met PAW subsidie betaald. Ruim de helft van dit bedrag is al besteed. Onder andere aan de gratis professionele energieadviezen, de proefboring, het inhuren van onderzoeksbureaus voor het maken van het het technische ontwerp van het Zonnewarmtenet, het opstellen van het online huisdossier, het energetisch doorrekenen van diverse ‘smaakjes’ van het wijkbrede Zonnewarmtenet, het doorrekenen en vergelijken van andere warmtetechnieken, de communicatiekosten, kosten voor de evenementen en de kernteamleden die parttime de project-kar trekken.

We hebben de beheerder van de PAW subsidie laten weten dat dit initiële plan voor het wijkbrede Zonnewarmtenet definitief niet doorgaat. We hebben tevens toestemming gevraagd en gekregen om alternatieven te onderzoeken. Zodra de stuurgroep een beslissing heeft genomen voor één of een mix van warmtetechnieken, zullen we bij PAW toetsen of dit binnen de doelstellingen past. Overigens zijn er ook andere PAW proeftuinen in het land die (uiteindelijk) een andere oplossing hebben gekozen dan ze oorspronkelijk voor de PAW subsidie was aangevraagd. Over het algemeen gaat de PAW beheerder hier welwillend mee om. 

24. Zijn er al miniclusters in Haarlem waar eigenlijk al vaststaat wat 1 oplossing is?

Er zijn her en der in Haarlem al kleine groepjes woningen aardgasvrij of praten over welke oplossing geschikt zou kunnen zijn. De woningen op het Ripperda kazerne terrein zijn daar een voorbeeld van. De wijken die er nog aankomen, daarvan wordt binnen het officiële Wijkwarmteplan gekeken naar welke oplossing realistisch is. 

Er zijn meerdere buurtinitiatieven actief in Haarlem. Zij denken ook na over de oplossing in hun wijk.

25. Op de gemeente site staat onze wijk in de categorie: ‘hier ligt een individuele of kleinschalige elektrische oplossing, zoals een warmtepomp, het meest voor de hand’. Is dat niet erg kleinschalig?

Er zijn meerdere factoren meegenomen in de afweging of een wijk een warmtenet krijgt, of dat er naar een “individuele of kleinschalige elektrische oplossing” wordt gekeken. Uit de voorbereiding voor het wijkbrede Zonnewarmtenet is gebleken dat een wijkbreed warmtenet voor bewoners veel te duur zou worden. Daarom kijken we nu naar alternatieven. Deze hoeven niet perse kleinschalig te zijn. Dit kunnen ook collectieve oplossingen zijn op kleinere schaal (zoals met een woningblok) of meer individuele oplossingen (zoals bodemlussen) die wel grootschalig worden aangelegd. In mei zal blijken wat het wordt.

26. Is ‘betaalbaar’ objectief te maken of blijft het een relatief begrip?

Zeker, als gemeente worden wij verplicht ons te houden aan de Rekenregels vanuit de overheid. Rekenregels die sturing geven aan welke variabelen je mee moet nemen in de betaalbaarheidsberekening maar ook tarieven waar je vanuit moet gaan. Deze rekenregels volgen eind maart.

27. Wat als je onvoldoende ruimte hebt voor de installatie?

Er zijn inmiddels warmtepompen van het formaat keukenkastje. Maar als dat ook niet past, dan zouden we bijvoorbeeld buiten kunnen kijken naar een oplossing om toch de warmtepomp te kunnen installeren. Zo bestaat er bijvoorbeeld een warmtepompkelder, een bak die je in de tuin kunt plaatsen.

28. Hoe voorkom je uitstelgedrag?

We hopen snel stappen te kunnen nemen en goede ervaringsverhalen te hebben van wellicht een koplopersgroep om zo de rest van de wijk mee te krijgen. Betrokken bewoners en een goede samenwerking (participatie) met de gemeente. Ook vertrouwen speelt een rol. Maar ook niet te snel want iedereen zit in een andere fase. Een financiële incentive voor nu mee aansluiten en overstappen is ook een mogelijkheid.

Vragen van de Meedenkgroep over de status van het project

29. Wat gebeurt er met het bodemleven, met de bodemlussen? Hoe diep gaat ie? En hoeveel haalt ie overhoop? En de fundering?

Als we voor bodemlussen kiezen, komt er een milieu effect rapportage. Daaruit zal dit moeten blijken.

Uit het haalbaarheidsonderzoek van GroenHolland blijkt dat de diepte gemiddeld genomen, bij voldoende isolatie, rond de 100 meter is voor individuele bodemlussen en 170 voor een bodembron die gedeeld wordt met 2 woningen. Voor collectieve bodemlussen is de diepte 150 meter, er worden dan voor 5 woningen 3 bodemlussen gemaakt. 

Het aanleggen van bodemlussen heeft geen effect op de fundering. Ook in het gebruik heeft dit geen effect; het is een gesloten systeem dat warmte uitwisselt met de bodem. 

30. Zijn wij de eerste wijk die dit voor een hele wijk laat onderzoeken (bodem lussen)? Wat is er uniek aan de techniek?

Er zijn al meer wijken met bestaande bouw waar grootschalig wordt overgestapt op bodemlussen. We hebben goed overleg met een paar van deze wijken. Na de (harde) lessen van het wijkbrede Zonnewarmtenet richten we ons nu vooral op bestaande en bewezen concepten. 

31. Hoe weet je of je niet wordt ingehaald door nieuwe technieken?

De principes waarmee je warmte wint voor de warmtepomp, zijn al heel lang hetzelfde. Bij PVT is dit warmte uit de lucht en van directe zoninstraling. Bij bodemlussen is dit warmte in de bodem. De technieken waarmee die warmte wordt gewonnen en opgewaardeerd voor ruimteverwarming en warm tapwater (middels de warmtepomp), bestaan ook al lang. Uiteraard worden hier steeds (incrementele) technologische verbeteringen in bereikt, waarmee het rendement telkens ietsje beter wordt. Net als met vele andere technieken (denk aan mobiele telefoons, laptops) zijn er over enkele jaren betere versies van dezelfde warmtepomp beschikbaar. Maar dat hoeft geen reden te zijn om de aanschaf uit te stellen. Met de kennis van nu zijn bodemlussen en PVT aantrekkelijke opties, die goedkoper zijn dan gas, relatief weinig electriciteit nodig hebben en geen geluidsoverlast veroorzaken. 

32. Gaat het nog steeds over ZLT?

Over ZLT (zeer lage temperatuur) wordt meestal gesproken in het kader van warmtenetten. Warmtenetten kunnen namelijk ook op middentemperatuur zijn (waarmee de warmte direct geschikt is voor ruimteverwarming en warmtapwater, ook wel bekend als stadsverwarming). Het principe bij ZLT is dat er warmte wordt aangevoerd met een relatief lage temperatuur, die wordt opgewaardeerd door de warmtepomp in de woning tot een temperatuur geschikt voor de verwarming en bijvoorbeeld douchen. Ook bij de opties met PVT en bodemlussen wordt er relatief lage temperatuur naar de warmtepomp aangevoerd, die door de warmtepomp wordt opgewaardeerd. Het verschil met een ZLT-net is dat de woningen niet via dit net met elkaar zijn verbonden. Bij gedeelde bodemlussen zou je kunnen spreken van een mini-ZLT-net. Dit heeft ook juridische consequenties die op dit moment worden uitgezocht. Met een bodemlus kan je ook in de zomer koelen, iets wat ook met een ZLT-warmtenet kan.

33. Hoeveel financiële bandbreedte / onzekerheid zit er per techniek?

Zonnewarmte rekent per techniek de kosten door. Het doel hiervan is om de relatieve kosten over een lange periode (bijvoorbeeld 30 jaar) met elkaar te kunnen vergelijken. Hieruit volgt een rangordening van warmtetechnieken die vergeleken worden met de kosten voor gas. Hier is veel tijd en onderzoek mee gemoeid. Het voert te ver om de hele rekenmethodiek hier uiteen te zetten. We laten ons rekenmodel beoordelen door Fakton, een gespecialiseerd bureau met veel expertise op de warmtetransitie.

34. Hoe lang gaat het nu nog duren?

Dat verschilt per optie:

  • Van PVT-standalone weten we voldoende uit de vorige fase waarin het wijkbrede Zonnewarmtenet werd onderzocht. We hebben de kennis en contacten om snel tot uitvoering over te gaan. 
  • Bij individuele bodemlussen zijn er enkele stappen nog te zetten. De techniek is bekend, maar het is wel belangrijk om goed te onderzoeken hoe ze werken als alle woningen in de wijk een bodemlus krijgen. Bodemlussen kunnen invloed op elkaar hebben (‘interferentie’). Dit is in het haalbaarheidsonderzoek al in kaart gebracht op basis van een gemiddelde warmtein de wijk. In de vervolgfase zal dit preciezer onderzocht moeten worden op basis van de feitelijke of te verwachte warmteper woning. Bodemlussen zijn alleen financieel aantrekkelijk als ze seriematig worden aangelegd. We praten nu met marktpartijen om dit preciezer in kaart te brengen. 
  • Collectieve oplossingen vergen naast het bovenstaande ook nog organisatie van bewoners onderling, eventueel via / ondersteund door een centrale organisatie. Het vergt extra tijd ten opzichte van de oplossingen die niet collectief zijn..

35. Waarom wordt er maar met 1 partij gesproken?

Voor PVT is al in de voorgaande fase met veel partijen gesproken. Momenteel richten de gesprekken met marktpartijen zich vooral op de bodemlussen, en dan specifiek boorbedrijven. Van de inpandige installatie (warmtepomp, boilervat, etc.) weten we al veel. Voor de collectieve oplossing met ‘centrale blokpomp’ is ons maar één partij bekend die dit op een aantrekkelijke manier aanbiedt (en daar ervaring mee heeft). Overigens wordt dit bedrijf geen eigenaar van de collectieve mini-zlt-netten, als die er komen. Dat wordt een lokaal warmtebedrijf. 

36. Ik heb nu twee denkrichtingen gehoord, PVT-standalone, en Bodemlussen. Dan is er al een voorselectie geweest, toch? Opties om een lucht-water-warmtepomp te betrekken? Die zijn er al best veel.

Voor de lucht-water-warmtepomp is de markt voldoende ontwikkeld waardoor Zonnewarmte hier geen rol in hoeft te spelen. Daarnaast strookt een massale inzet van lucht-water warmtepompen niet met enkele belangrijke doelen van dit project. Het geeft bijvoorbeeld geluidsoverlast door de buitenunit en kent een relatief hoog stroomgebruik (lage SCOP), waarmee de maximale CO2 reductie niet wordt bereikt. Om die redenen staat deze optie wél in het overzicht, maar doet Zonnewarmte hier verder geen onderzoek naar en biedt geen nadere ondersteuning bij deze optie. 

37. Hoe weten we straks dat de huidige onderzoeken niet over een tijdje toch onwaarheden blijken te bevatten?

Het wijkbrede Zonnewarmtenet was technisch / energetisch erg innovatief. Bodemlussen zijn dat niet, er bestaan al diverse plekken waar dit operationeel werkt. Dat is een fundamenteel verschil. Daardoor is de kans op ‘praktijk-verrassingen’ klein.


Update 12 mei 2023

Hoe staat het project ervoor? pilot inkoop PVT en warmtepomp Het zonnewarmteproject vordert gestaag. In deze nieuwsflits een update over de pilotronde inkoop PVT-panelen en

Lees verder »

cft-topic-template

oops found 3 categories. Expect 1